IDr. Karl Shuker onderzoekt de legenden van weerwolven en lykantropie en vraagt zich af: zijn het fabeltjes, is het magie of een lichamelijk afwijking?
Nog maar een paar minuten en hij zou thuis zijn, veilig achter gesloten deuren. Nog een paar minuten - maar het was al te laat. Boven hem schuiven de wolken uiteen - de stille zilveromfloerste maan kwam tevoorschijn in al haar glorie. Terwijl hij schreeuwde van angst veranderde zijn stem en vervormde het tot een bloedstollend gejank van een wild beest. Maar dat was niet alles. Zijn jankende mond zelf veranderde, strekte zich moeiteloos uit tot een spitse muil vol scherpe tanden met daarboven een brede neus en borstelige snorharen. Hij rende nog steeds, maar nu op handen en voeten en terwijl hij rende werd zijn lichaam krachtiger, barstte uit zijn kleren. Hij was geheel bedekt met een dikke bruine vacht, van zijn platte kop tot het puntje van zijn lange behaarde staart. Hij was in een wolf veranderd.
Verandering ten kwade
Gedaanteverwisseling van een mens in een wolf, of een ander dier (zie 'otherkin') is natuurlijk fysiek onmogelijk. Toch was het geloof in weerwolven in het Europa van de middeleeuwen wijd verspreid; de verhalen en legenden over weerwolven komen uit Scandinavië, Frankrijk, Duitsland, Sicilië, Centraal- en Oost-Euuropa, de Balkan en Griekenland.
En lang voordat Columbus de Nieuwe Wereld ontdekte, koesterden de Amerikaanse Indianen grote angst voor hun eigen varianten op de weerwolf.
Hoogstwaarschijnlijk heeft het weerwolf-idee zijn oorsprong in de prehistorische jagers die zich in wolfsvellen hulden in het geloof dat ze van dezelfde krachten vervuld zouden worden als dit gevreesde roofdier.
Janken naar de maan
Een weerwolflegende, waarin de transformatie bij volle maan tot stand komt, stamt waarschijnl
ijk ook uit de prehistorie. Toen de mens wilde, wolfachtige honden ging temmen om ze te laten helpen bij de jacht, moet men gezien hebben hoe de dieren als het volle maan was met overgave naar de maan zitten janken.
Door de hele sociale ontwikkeling van de mensheid heen zijn de maan, de jacht en wolven met elkaar verstrengeld geweest, in steeds ingewikkelder mythen. In veel legenden is de maangodin op jacht (zoals de Romeinse Diane, de Griekse Artemis en de Babylonische Ishtar), en zijn haar jachthonden in wolven omgetoverde mannen. En zo werd de mythe van de weerwolf geboren.
Weerwolfman
Van grote invloed op de ontwikkeling van het weerwolf-idee, en vaak ten onrechte gezien als synoniem voor weerwolven, is lykantropie (wat 'wolf-man' betekent). Waar 'echte' weerwolven tot het rijk der fabelen behoren, is lykantropie een bestaande afwijking, die al in de 2de eeuw na Chr. door de geleerde Marcellus Sidetes werd onderkend.
Iemand die aan lykantropie leed, verkeerde in de waan dat hij een weerwolf was of dat hij zichzelf in een weerwolf kon veranderen. Afhankelijk van de ernst van het geval, scheuren lykantropen rauw vlees met hun tanden aan stukken, janken en krijsen naar de maan en vallen andere mensen aan met een verwoestende bloeddorst, waarbij ze hun slachtoffers in oncontroleerbare razernij de keel doorscheuren.
De geschiedschrijving is vol van weerwolfverhalen, met de middeleeuwen als hoogtepunt. Dit wordt helder aangetoond door het opmerkelijke feit dat alleen al in Frankrijk tussen 1520 en 1630 het ongelofelijke aantal van 30,000 loup-garou-processen werd gevoerd. In werkelijkheid waren de echte boosdoeners echter lykantropie en andere geestesziekten, die leidden tot kannibalisme en seriemoorden.
Bloedige geschiedenis
Neem bijvoorbeeld het geval van schaapherder Jean Grenier, een tiener uit Bordeaux in Zuid-Frankrijk. Tijdens zijn proces in 1603 ging Grenier er prat op meer dan 50 kinderen te hebben afgeslacht en verslonden, en beweerde hij zijn vermogen tot gedaanteverwisseling van een geheimzinnige donkere vreemdeling te hebben gekregen. Deze vreemdeling, die door velen als de duivel wordt gezien, gaf Grenier naar men zegt een zalfje en een wolfsvel. Wanneer Grenier zich bij schemering met de zalf insmeerde en de wolfshuid aantrok, werd hij een wolf.
Tijdens zijn proces toonde uitvoerig verhoor echter aan dat Jean Grenier duidelijk niet goed wijs was en verslaafd aan het bedenken van allerlei wilde verhalen waarin hij tenslotte zelf ging geloven. Nadat hij medische specialisten had geraadpleegd, concludeerde de rechter dat Grenier geen weerwolf was maar een lykantroop. Dus beval hij dat Grenier de rest van zijn leven aan de zorgen van de monniken van het Franciscaner klooster
van Bordeaux moest worden overgelaten, in plaats van op de brandstapel gezet, het lot van talloze andere lykantropen.
Kenmerk van het beest
De overvloed aan weerwolfverhalen in het middeleeuwse Europa komt ongetwijfeld voort uit het grote aantal kenmerken waaraan je volgens de folklore een mens als weerwolf zou kunnen herkennen. Signalen waarop je moest letten als je oog in oog stond met een vermoedelijke weerwolf in mensengedaante waren: kleine puntige ogen, vooruitstekende tanden en brede doorlopende wenkbrauwen. Een verdacht persoon de hand schudden was een goede gelegenheid naar meer kenmerken te zoeken, zoals harige handpalmen, lange, kromme roodachtige nagels en een ongewoon lange derde vinger.
Maar hoe werd je eigenlijk een weerwolf? Oude legenden verschaffen een groot aantal mogelijkheden. Afgezien van doelbewuste acties zoals het dragen van magische mantels van wolfshuid of deelname aan magische rituelen, waren er vele manieren waarop je, als je niet oplette, ten prooi kon vallen aan deze kwaadaardige gedaanteverwisseling.
Eenieder die water dronk uit een poel op een wolvenspoor of uit een veelvuldig door wolven bezochte beekjes, zou zeker een weerwolf worden. Zo ook iedereen die het vlees of de hersenen van een wolf at, of zelfs maar het vlees van een schaap dat door een wolf gedood was.
De middeleeuwers uit Europa putten ongetwijfeld troost uit de gedachte dat weerwolven op afstand konden gehouden worden door een stukje wolfsnagel boven de huisdeur te bevestigen.
Men geloofde ook dat de dieren sterfelijk waren en door een gewijde kogel gedood konden worden.
Hondsdolle wolf
In onze moderne tijd zijn er naast lykantropie nog een aantal andere verklaringen voor het geloof in weerwolven. Twee vermeende eigenschappen van weerwolven zijn het schuim om de mond en de mogelijkheid om iedereen die hij bijt in een weerwolf te veranderen. Dit wijst op hondsdolheid: een hondsdolle wolf zal zeker schuim om de mond hebben, en het is zeer waarschijnlijk dat - zeker in de in medisch opzicht onderontwikkelde middeleeuwen - eenieder die door zo'n wolf gebeten werd, deze ziekte opliep en tenslotten dezelfde symptomen ging vertonen.
Het is ook mogelijk dat middeleeuwse boeren die met moederkoorn vergiftigde rogge aten, LSD-achtige hallucinaties kregen en dachten dat ze in een wolf of een heel ander dier veranderden.
Betoverend schepsel
Eens was de weerwolf een afzichtelijk, duivels en angstaanjagend schepsel. Tegenwoordig heeft hij, dankzij door Hollywood g
ecreëerde beelden een eigen plaats in de volkscultuur. Net als de filmvampier wordt de weerwolf van het witte doek steeds beminnelijker, hoffelijker en erotischer - maar hoe en waarom?
In deze eeuw van technologie hebben angsten en verzinsels uit het 'primitieve' verleden geen plaats meer. Men heeft weerwolflegenden ontmaskerd als onrealistisch en vaak uitgesproken belachelijk. Ze zijn veilig gemaakt - misschien nog een beetje eng, maar verder niets. Tegenwoordig weten we dat de gedaanteverwisselende weerwolf alleen in de volkslegenden bestond - we zullen nooit worden aangevallen door een wellustige loup garou.
Van monster uit een nachtmerrie tot megaster: de legende van de weerwolf heeft een verandering ondergaan die even dramatisch is als de gedaanteverwisseling van de weerwolf zelf in vroeger tijde









